‘Het welzijn van de peuters is de kern van mijn taak’

CbkMAelWEAATElaTot 2000 was Annie Slabbers (57) kinder- en couveuseverpleegkundige in Atrium Ziekenhuis Heerlen. In 1995 werd ze gevraagd om als vrijwilligster te werken in peuterspeelzaal ‘t Kuikennest. Inmiddels is ze manager/bestuurder met Kwaliteit en Zorg in haar portefeuille. Annie: “Ik ben me heel erg bewust van de verantwoordelijkheid die op onze schouders rust. Daarnaast is het een uitdaging de vrijheid die we hebben optimaal te gebruiken en beslissingen te nemen in het belang van het kind.”

Annie doorliep alle facetten van het peuterspeelzaalwerk. Zo was ze binnen het oude systeem van peuterspeelzalen naast vrijwilligster/leidster ook Plus functionaris. “Ik deed onder andere de werving en legde huisbezoeken af, had contact met wijkbewoners, maar ook met de organisaties in de wijk en kwam bij de peuters thuis. Als ze dan de eerste keer naar de peuterspeelzaal kwamen, was ik er ook. Een vertrouwd gezicht en dat vonden peuters en ouders heel prettig. “
Vijf jaar lang werkte Annie in het peuterspeelzaalwerk én in het ziekenhuis. “Maar er kwam een moment waarop ik een besluit moest nemen. Ik draaide altijd diensten, had een gezin en mijn man een eigen zaak. Het was nogal een aanslag op mijn lichaam. Maar ook geestelijk werd het steeds zwaarder. Want ook de werkdruk in het ziekenhuis veranderde, waardoor ik in de knoei kwam met wat ík belangrijk vond voor moeder en kind. Zo vond ik bijvoorbeeld dat een baby bij zijn moeder hoorde te liggen. Maar op gegeven moment was er geen tijd meer om de moeder haar kindje te brengen. Dat ging helemaal tegen mijn gevoel en principes in.”

Observatie
Het welzijn van de kinderen is ook binnen het peuterspeelzaalwerk de kern van Annie’s functie en een verantwoordelijkheid die ze ook meeneemt binnen haar taak als aandachtsfunctionaris kindermishandeling en huiselijk geweld. Daarnaast is het onder andere haar taak om kinderen waarvoor een leidster aandacht vraagt, te observeren en daar waar nodig een hulptraject uit te zetten. “Leidsters melden het als hen iets opvalt aan een peuter. Dat kan zijn van het niet uitvoeren van opdrachtjes tot moeilijk of niet praten. Ik probeer de leidsters er altijd van te doordringen, om zo vroeg mogelijk hun zorg om een kind met de ouders te delen, zodat op tijd hulp kan worden ingezet. Allereerst vragen leidsters toestemming aan de ouders om een extra observatie te laten plaatsvinden. Vervolgens maak ik een afspraak om het kind in de peutergroep te observeren en daarna wordt de observatie met leidsters en ouders besproken.

Geluksmomenten
Soms kan er met kleine tips en adviezen aan leidsters en ouders al iets aan het probleem worden gedaan. Bijvoorbeeld door meer structuur te bieden of een vaste plek aan de tafel. Soms is er meer zorg en speciale aandacht nodig en is een peuter bijvoorbeeld in het Medisch Kleuter Dagverblijf beter op zijn plek. Dat gaat niet altijd zonder slag of stoot. Iedere ouder heeft een bepaald beeld bij zijn kind en als dat beeld niet overeenkomt met de werkelijkheid, is dat soms heel moeilijk te accepteren. Zo’n traject vraagt om uiterste zorgvuldigheid. En wat zijn het dan geweldige geluksmomenten als we zien dat een peuter uiteindelijk met een andere benadering of op een andere plek beter in zijn vel zit.
Dat levert heel mooie en ook ontroerende verhalen op. Zoals die peuter die maar stil en bedrukt op zijn stoeltje zat en nu meedoet en praat en zelfs lacht. En dat hebben we samen kunnen bereiken door advies te geven en aan te nemen. Of die peuter die niet goed functioneerde binnen de peuterspeelzaal. De moeder bleek over beschermend te zijn, waardoor het kindje zich niet goed ontwikkelde. De moeder verzette zich in eerste instantie tegen de hulpverlening, maar we zijn blijven praten. Uiteindelijk is het kindje naar het Medisch Kleuter Dagverblijf gegaan en doet het nu heel goed. Weer zo’n geluksmoment!”

Eindverantwoording
De functie van bestuurder geeft voor Annie een andere dynamiek aan haar werk. “Voorheen gingen we met alle managers en de directeur-bestuurder een traject in. We bekeken een probleem van alle kanten, lieten er onze visie op los, maar de directeur-bestuurder had de eindverantwoording. Nu gaan we met z’n vijven dat traject in en dragen we ook die eindverantwoording zelf. Daar ben ik me heel erg van bewust. Ik ben daarom ook heel blij met de andere bestuursleden, want juist in werk als dit, met peuters en hun ouders, heb je het nodig om met anderen te overleggen en dingen kort te sluiten.”

Op de fiets
In haar vrije tijd mag Annie graag handwerken en lezen. En, zo vertrouwt ze ons toe, is ze verslaafd geraakt aan fietsen. “Als ik een dag niet fiets, mis ik iets.” Toch zet ze haar vrije uren ook weer in om bezig te zijn met dat wat haar heel erg boeit, namelijk het kind. “Ik heb altijd graag gestudeerd en zal dat ook zeker blijven doen. Ik wil mijn kennis omtrent kinder- en jeugdpsychologie blijven bijspijkeren en verbreden. Dat komt mijn werk en dus ook weer de peuter ten goede.”

Beetje dom
De toekomst? Annie denkt even na. “Ik verwacht dat PWH onderdeel zal worden van het onderwijs middels de zogenaamd 0-groep. De pilot 0-groep is al een feit en ik ben er ook van overtuigd dat daar onze toekomst ligt. Ook hier weer, als het de kinderen ten goede komt, dan is het goed.”
Blije en minder vrolijke momenten liggen voor Annie heel dicht bij elkaar binnen het peuterspeelzaalwerk. “Veel kinderen raken in de knoei, omdat er soms zoveel vervelende dingen zijn, waarmee ze moeten handelen. Dat raakt me.”
Maar ook de vrolijke en grappige momenten wil Annie graag met ons delen. “Het regende pijpenstelen en ik moest naar een peuterspeelzaal. Natuurlijk op de fiets. Ik kwam daar drijfnat aan, water drupte uit mijn haren, kleren en overal. Een van de peuters bekeek me van top tot teen en zei ‘dom van jou, had je maar met de auto moeten komen.”

Reageren is niet mogelijk